Na heel veel jaren van het ‘voornemen te gaan’ voeg ik nu eindelijk de daad bij het woord. Samen met mijn zus Ineke ga ik onze zus Margreet in India bezoeken om met eigen ogen te aanschouwen wat Stichting Derde Wereld Hulp nu precies in India doet. Het werd een ervaring om nooit meer te vergeten. Onderstaand een verslag van de reis.
12/13 november 2010
Met een koffer a 30 kilo met kinderkleding reis ik af naar Vijayawada tezamen met mijn oudere zus Ineke.
Twee vliegvelden verder staat Joseph de chauffeur van Tulip Garden ons op te wachten voor een rit van 300 km waar we zo’n 7 uur over doen. Niet verwonderlijk, want wat mijn ogen zien gaat al mijn voorstellingsvermogen te boven. Ik ben in een andere wereld beland!
Brommers, riksja’s, on- en gemotoriseerd, vrolijk versierde vrachtwagens, koeien, geiten, ‘wandelaars’, het gaat allemaal kriskras door elkaar heen. Joseph en alle andere gemotoriseerde weggebruikers toeteren er op los. Iedereen weet perfect welk toetertje wat betekent. Alleen de beesten trekken zich er niets van aan.
Ik zie enorme beelden van Goden, politiek leiders en heiligen langskomen. Ik zie toileterende mensen aan de kant van de weg, krotten, vrachtwagens die uitpuilen van de geiten of koeien (de dierenbescherming is hier nog niet zo actief), ik zie palmbomen, ik kom ogen en oren te kort.
Het wordt al donker als we om 16.30 uur eindelijk het terrein van Tulip Garden oprijden. Mijn zus Margreet en haar man Peter en alle kinderen van Tulip Garden staan ons op te wachten en heten ons welkom met bloemenkransen en stralende gezichten. Allemaal grote donkere kijkers, ik smelt direct voor al die toetjes.
Iedereen moet even de jongere zus van ‘Margaret mummy’ aanraken.
Moe maar blij en dankbaar dat ik hier ben val ik s’avonds op het geluid van een enorm concert van de krekels in een diepe slaap.
14 november
Ik word gewekt door Margreet. Tijd voor het ontbijt. Als ik mijn huisje uitkom is het een drukte van belang.
Het is vandaag een feestdag. Het is ‘childrens day’. Margreet heeft een feest georganiseerd en alle kinderen uit alle tehuizen van de Stichting en de kinderen uit het omliggende dorp zijn uitgenodigd.
Zo nu en dan schuiven ook oudere inwoners aan.
Er is een heus podium opgebouwd en een aantal ‘koks’ zijn ingehuurd om het warme eten voor tussen de middag voor alle aanwezigen te bereiden. Om 03.00 uur zijn ze al begonnen met het slachten van 2 geiten en een aantal kippen. Vlees is een luxe artikel en wordt door de kinderen niet of nauwelijks gegeten. Er wordt druk groente gesneden en geroerd in gigantische kookpotten.
Op naar de eetzaal waar alle kinderen om 07.30 uur keurig aan tafel zitten voor het ontbijt dat meestal bestaat uit oekma, een soort havermout erg voedzaam en toe een beker melk. De kinderen krijgen 3 x per dag een warme maaltijd, met groenten, rijst en melk.
Omdat de kinderen allen hiv pos zijn moet in ieder geval hun gewicht zoveel mogelijk op pijl blijven,aids remmers breken nl vetten af. De leeftijd van de kinderen varieert van 3 tot 19 jaar oud.
Prasanne zit bij ons aan tafel. Zij is 8 jaar en is net een maand in Tulip Garden. Ze weegt 11 kilo. Ze is gevonden op het station en via de ‘child line’ hier ondergebracht. Eigenlijk zat Tulip Garden vol, maar zo’n kind laat je niet stikken. In het begin vind ik het eng om haar op te pakken, omdat ik bang ben haar botjes te breken.
Om energie te besparen vervoeren we haar zoveel mogelijk in de rolstoel. Ik besluit direct om ook haar sponsor te worden.
De meeste kinderen die hier zijn hebben een bizar verleden. Vaak te maken gehad met misbruik, mishandeling, verwaarlozing en ondervoeding. Vaak hebben de kinderen hun eigen moeder tot de dood (meestal door aids) moeten verzorgen en zijn nadat ze wees werden gaan zwerven.
Na alles wat Prasanne in haar jonge leven heeft meegemaakt is ze toch heel vrolijk en voelt zich volgens mij opgenomen in een groot warm gezin.
Na het ontbijt krijgen de kinderen om 08.00 uur hun medicijnen. In groepjes op leeftijd gaan ze naar de medicijnkamer. Gelukkig krijgen ze allemaal aids-remmers, maar dan niet de moderne zoals die hier worden verstrekt. Veel kinderen hebben, zeker in het begin, heel veel last van alle nare bijwerkingen.
Deze hele zondag wordt besteed aan het opvoeren van dansjes (daar zijn alle kinderen en volwassenen dol op),
toespraken en natuurlijk lekker eten voor iedereen.
15 november
Na het ochtendritueel luidt de toeter van de schoolbus. De bus is geschonken door NL weldoeners.
De kinderen gaan, gehuld in schooluniform en grote tas op de rug, op volgorde van leeftijd de bus in om naar school te gaan. Er is maandag tot en met zaterdagochtend school.
Een aantal van de grotere kinderen gaat zelfstandig op de fiets. En iedere dag blijven er wel een aantal kinderen thuis omdat ze ziek zijn of nog te jong zijn.
Als de kinderen nog onvoldoende Engels spreken gaan ze naar de gemeentelijke Telegu school. Telegu is de plaatselijke taal.
De anderen gaan naar school op de campus van ‘Daddy’s home’. Deze campus is ooit opgezet door een Indiase priester en is inmiddels uitgegroeid tot een groot complex waar 300 weeskinderen wonen. 1 van de huizen die er staan is gebouwd door Stichting Derde Wereld Hulp en draagt de naam ‘Margaret home’.
Ook de school die hier staat is mede tot stand gekomen m.b.v. de Stichting.
Wij gaan naar de dokter met Uday, een 13 jarige jongen die een maand geleden nog zelfstandig op de fiets naar school ging, maar door de bof werd geveld en daarna vreemde verschijnselen kreeg. Hij kon niet meer staan, maakte ongecontroleerde bewegingen etc. Margreet is al in diverse ziekenhuizen en bij diverse artsen geweest, maar een diagnose blijft uit. Wellicht de gevolgen van een hersenvliesontsteking.
De artsen in het AMC in Amsterdam, waar mijn zus altijd met vragen terecht kan, weten het ook niet.
Evenals de kinderartsen van ziekenhuis Amstelveen.
(Deze artsen gaan meestal 1 x per jaar geheel belangenloos naar India om de kinderen te onderzoeken.)
De rit naar de dokter is voor Uday heel belastend. Hij blijft maar spugen en de druppels staan op zijn voorhoofd. Ik help waar ik kan. In de rolstoel duw ik Uday de wachtkamer van de ‘polikliniek’ in. Er staan drommen mensen in 2 rijen dik te wachten. Dat belooft wat!
Omdat Margreet hier bekend is en met de Stichting ook de verloskamer in het gemeentelijk ziekenhuis heeft gerenoveerd krijgen we toch voorrang. De wachtenden maken zich niet druk. Iedereen staat gelaten te wachten.
Geen ruzie, geen irritatie, ze hebben alle tijd.
We kunnen naar binnen. Privacy is nul! Er zijn geen deuren en iedereen kan meekijken en meehoren wat er tussen patiënt en arts afspeelt. Diagnose van de dokter vwb Uday: hij weet het niet,en wij moeten Uday op het verroeste gammele bed leggen en wachten wat er gebeurt. Nou, er gebeurt natuurlijk niks, hij maakt dezelfde schokken, zijn ogen draaien etc. Na een half uur besluit de dokter dat hij toch s’middags maar moet worden opgenomen voor verder onderzoek.
In het ziekenhuis aangekomen weet ik niet waar ik moet kijken. Wat een zooitje en chaos. Verroeste bedden en brancards. Overal mensen kreunend, liggend op de grond in de gangen. Versleten, kapotte matrassen (van kokosschors). En dan die lucht…
Op zaal staan wel 25 bedden en iedereen staart ons vol verbazing aan. Blanken die zich bekommeren om een zieke Indiase jongen. Dat is een bezienswaardigheid. Ze komen met z’n allen om het bed heen staan.
Ik zal overigens de details over de was- en toiletgelegenheid achterwege laten. Nee hier wil je niet liggen.
Arme Uday, daar lig je dan. Zonder vader en moeder, zonder enige vorm van afleiding. Ik besluit een radiootje voor hem te kopen, dan kan hij tenminste muziek luisteren. Als ik de oortjes in zijn oren doe en vraag om een dans krijg ik een grote witte glimlach. Mijn hart smelt.
Verzorging in het ziekenhuis krijg je niet, eten en drinken ook niet, geen lakens en kussen. Alles zelf meebrengen! Margreet heeft een oude vrouw zonder kinderen of man meegenomen uit het dorp. Zij blijft in dit soort gevallen dag en nacht bij de patiënt. Vindt ze niet erg, gratis eten en een paar roepies, komt altijd van pas.
Wij brengen iedere dag schone kleding, water en eten.
Eenmaal weer in Tulip Garden doe ik wat kleine kinderen in bad en is het vervolgens tijd voor het avondritueel, douchen, eten en medicijnen.
Twee van de oudere jongens helpen altijd in de medicijnkamer. De een heeft van een NL KNO arts alles over oren geleerd (heel veel kinderen krijgen oorontsteking) en de andere is gespecialiseerd in het verzorgen van kleine wondjes. Ik noem ze dr. Sai (10 jr) en dr. Radjesh (13 jr.).
Alle grotere kinderen hebben taken en mijn zus en zwager zien er echt op toe dat iedereen ze ook uitvoert. 
16 november
Margreet geeft me een rondleiding door het dorpje waar Tulip Garden is gevestigd. Er staan voornamelijk schamele hutten met bladerdaken. Er staan een paar stenen huisjes. Een klein kerkje, met speaker waar om 06.30 uur en 17.30 uur van alles doorheen wordt gegalmd (ik heb weleen stiekem gedacht om het draadje van de speaker door te knippen). Er staat een mooie tempel met grote beelden van Ganesh. De godheid van het Hindoeïsme met het olifantenhoofd.
De bewoners begroeten ons vriendelijk. Het dorp wordt ook ondersteund door de Stichting. Zo zijn er putten voor drinkwater geslagen, wordt het kleine schooltje voorzien van schoolspullen en zijn er een aantal ‘toiletten’ gebouwd.
We bezoeken het schooltje en delen fruit uit. Ook deze kinderen stralen alweer en willen dolgraag met me op de foto. Volgende bezoek is aan de ‘crèche’ waar de allerkleinste zitten. De crèche biedt een troosteloze aanblik. Het ziet er echt niet uit. Buiten een verroest kapot glijbaantje waar je alles aan open kunt halen.
Na de lunch helpen we Margreet met het inpakken van de kerstcadeautjes. Ieder kind krijgt een klein cadeautje.
Denk aan een etui, een paar pennen oid. Maar met voor ieder kind een geschreven kerstkaartje. Daar zijn ze enorm blij mee. Dit jaar krijgen de meisjes eigengemaakte nieuwe kleding. Er is stof gekocht en de naaister is met Roja druk bezig om alles voor de kerst af te krijgen.
Later op de dag weer naar een ander ziekenhuis, nu met de schoonmaakster die al geruime tijd tyfus heeft en met een meisje dat koorts houdt. Beiden krijgen medicijnen voorgeschreven die we ophalen in een geheel open apotheek van 1 bij 1.5 m. Margreet weet precies wat ze moet hebben en daar gaat het om.
Onderweg kopen we nog 2 zakken fruit en groente (130 roepies = ong. 2 euro) voor de zieke schoonmaakster om aan te sterken.
Eenmaal thuis eten en het avondritueel. De kinderen slapen in zalen per leeftijdscategorie, jongens en meisjes strikt gescheiden. De jongens van de zaal 8 tot 10 jaar vragen of ik ze welterusten kom zeggen.
Ik besluit wat spelletjes met ze te doen en maak spontaan een koprol.
Dat is lang geleden, die rol heb ik nog 2 dagen moeten bezuren met een stijve nek, maar goed de jongens lagen krom van het lachen.
Ik moet nog erg wennen aan de vochtige warmte. Het is 30 graden en dan te bedenken dat het hier winter is. Sommige kinderen hebben het echt koud!
17 november
Een Moslim feestdag. Alle kinderen, Moslim of niet zijn vrij. Je hebt hier Moslims, Hindoes, Katholieken en alles leeft, hier althans, vredig naast elkaar. Veel mooie felgekleurde tempeltjes, bond geschilderde kerkjes.
Vandaag na het ochtendritueel ga ik met mijn oudste sponsordochter op pad om te ‘shoppen’. Ze kiest een Mp3 spelertje (voor nog geen 10 euro) en die kopen we in een piepklein winkeltje (wel met airco) waar ze ook geld wisselen en waar je ook deodorant, zeep en luchtjes kunt kopen en dus elektronica. Vreemde combi..
Op de terugweg nog even bij Uday langs in het ziekenhuis. Hij lijkt beter aanspreekbaar en vraagt om ‘5 stars jam’ = chocoladepasta.
18 november
Vandaag staat een bezoek aan Asha Jyothi gepland. Het tehuis voor geestelijk en/of lichamelijk gehandicapte kinderen. Dat ligt op zo’n 30 minuten rijden van Tulip Garden.
Onderweg stoppen we bij de groentemarkt om een grote kam bananen te kopen om uit te delen aan de kinderen. De bananen zijn veel kleiner, maar wel dikker dan in NL en smaken tien keer zo lekker.
We hebben zakken vol met kleding (uit mijn koffer) mee, want alle 60 kinderen hier moeten in het nieuw worden gestoken voor de kerst.
Eenmaal aangekomen bij Asha Jyothi krijgen we telefoon dat het heel slecht gaat met Uday en dat zijn enige familie, oom en opa en oma, gewaarschuwd moeten worden. Rechtsomkeer dus maar.
Eenmaal in het ziekenhuis lijkt het toch mee te vallen. Misschien was hij erg onwel van de punctie die die ochtend is uitgevoerd.
Op de stoep van het ziekenhuis zit een vrouw met ontbloot onderlijf. Dat is hier ongehoord, want vrouwen (ook ik) moeten kleding tot over de knie en absoluut geen decolleté.
We stappen op haar af om te vragen of ze wil dat we haar naar de Moeder Teresa zusters brengen, maar dat wil ze niet. Toen maar even snel 2 jurken voor haar gehaald bij de dichtstbijzijnde winkel en haar er een aangetrokken.
We lunchen in het meest luxueuze hotel dat hier is. Hier kunnen we veilig eten. Om binnen te komen moet je door een detectiepoortje dat altijd gaat piepen, maar je mag toch gewoon doorlopen. Indiase logica is niet zo een twee drie te vatten. Hier hebben ze heerlijke koffie en dat is zo tussendoor toch wel even lekker.
Op de weg terug naar Tulip Garden stap ik uit om een ritje met de autoriksja mee te maken. ‘Dr. Sai ‘gaat met me mee om ervoor te zorgen dat ik ook kom waar ik zijn moet, want met Engels kom je bij deze mensen in ieder geval niet ver. Onderweg klampen zich nog een aantal meelifters aan. Als het karretje maar niet kantelt…..
Voor 1 euro word ik keurig afgeleverd.
Eenmaal daar roept Margreet dat we een winkel moeten openen in het dorp. Ok, vol verwachting loop ik mee, een winkel openen, ’t zal wel. We stoppen bij een hut, hmmm winkel?
We staan voor de hut van de door tyfus gevelde schoonmaakster. Die heeft een micro krediet afgesloten bij Margreet van ong. 45 euro die ze in een jaar tijd renteloos afbetaald.
We krijgen bloemen in ons haar en ik moet op de foto met alle gezinsleden. Dan krijg ik een kokosnoot in mijn handen geduwd die ik op de grond moet stuk zien te slaan. Geloof me, dat valt nog niet mee.
Na een aantal pogingen lukt het dan toch en is daarmee de winkel (6 potten met snoep/koek en thee) geopend.
Leuk hoor, heb ik ook eens een winkel geopend!
Best slim dat winkeltje op het moment dat het oogsten van de rijst begint, dan komen er nl allemaal dagloners vanuit andere plaatsen naar het dorp die wellicht ook iets willen nuttigen.
Dat het oogstijd is zie je ook aan de bermen van de ‘wegen’. De overheid zorgt dat daar desinfecterend poeder wordt gestrooid. De arbeiders moeten natuurlijk ook hun behoefte ergens kwijt…
Na het avondeten organiseren we op het terras voor het verblijf van Margreet een ‘grote jongens party’
We hebben een grote fles cola en 2 zakken chips gehaald.
Ze voelen zich heel wat en glimmen ervan. De meiden kijken jaloers om een hoekje (die komen later aan de beurt) . Margreet vertelt hun over de toestand van hun kamergenoot Uday. De jongens luisteren aandachtig en komen aarzelend met vragen. Ik aanschouw het geheel vol ontroering. Wat gaat er allemaal in die koppies om, ze zijn immers allemaal ziek.
Alle grote stoere boys kussen later mijn zus (Margaret mummy) en mijn zwager (Peter daddy) een voor een goede nacht. Ik word niet overgeslagen. Ik krijg er een brok van in mijn keel. Ik voel enorme trots en waardering voor het werk, enthousiasme en liefde van mijn zus en zwager voor al deze kinderen.
En nu ik het allemaal met eigen ogen aanschouw en meemaak begrijp ik heel goed dat ze eigenlijk liever hier zijn dan in Nederland. Ze zijn hier zo nodig.
En al is het inderdaad misschien een druppel op een gloeiende plaat, deze kinderen hebben een nieuw thuis en een kans op een betere toekomst.
Het is een heldere avond met oneindig veel sterren aan de hemel.
Wat is het heerlijk om hier te zijn!
19 november
2e poging om naar Asha Jyothi te gaan waar 60 geestelijk en/of lichamelijk gehandicapte kinderen wonen.
Daar aangekomen volgt eerst een rondleiding. Het ziet er allemaal gekleurd en fris uit.
Ooit is dit opgezet door een ouder echtpaar wat zelf een gehandicapte zoon had (die is inmiddels overleden).
Zij woonden in een schamel huis, maar namen steeds meer kinderen op in hun simpele onderkomen.
In 2005 werd mijn zus benaderd om daar eens te komen kijken en of hulp eventueel mogelijk was.
De Stichting heeft de grond aangekocht en er nieuwbouw op gezet.
Er wordt les gegeven aan de kinderen die niet naar school toe kunnen. Er is een fysiotherapeut bezig met de lichamelijk gehandicapte kinderen om de spieren soepel te houden. Er wordt geborduurd door sommige kinderen. Het ziet er allemaal vredig uit. De was hangt rijen vol ,schoon te wapperen. En alle fel gekleurde meubeltjes maken het tot een vrolijk geheel.
Namens Gerard van de Berg, die me geld heeft meegegeven voor cadeautjes voor zijn sponsorkind Krishna, overhandig ik haar al het moois. Een nieuwe jurk, een dekentje, een pop, een boekje etc.
Alle kinderen klappen na elk uitgepakt cadeautje. Ze zijn niet jaloers en gunnen het de ander. Delen gaat ze prima af. Natuurlijk krijgen alle kinderen wel een lekkere banaan.
Dan laten we alle jongens een voor een kleding uitzoeken voor de kerst en passen. In nieuwe outfit worden wat foto’s gemaakt . Dat duurt allemaal een ‘stief kwartiertje’, maar de kinderen stralen.
Voor de meisjes wordt er kleding gemaakt in Tulip Garden.
Voor al het personeel heb ik een stuk zeep gekocht, een luxe artikel. Ik voel me opgelaten als ik ervaar hoe blij ze daar mee zijn. 
Op de terugweg nog even snel groente en fruit kopen voor Tulip Garden. 2 grote jute zakken vol voor 35 euro. Daar kunnen 65 kinderen 3 dagen van eten.
Ik zie de ratten tussen de groente spelen. De groente/fruit en kooplieden tonen een palet aan kleuren. Wat een prachtige aanblik.
Eenmaal in de auto tikt er een oude vrouw op mijn raam. Ze houdt haar hand op voor een paar roepies die ik haar geef. Daarna wil ze me iets duidelijk maken wat ik niet begrijp. De chauffeur zegt dat ze wil dat ik haar zegen.
Oeps, hoe doe je dat? Automatisch leg ik mijn hand op haar hoofd. Ze kust mijn handen en maakt een diepe buiging. Jeetje, dat is wel een rare gewaarwording hoor.
Je bent hier als blanke lange vrouw überhaupt nog een bezienswaardigheid. De mannen gaan gewoon voor je staan om je minutenlang aan te staren of willen even in je arm knijpen, de vrouwen doen het meer op een afstandje en giechelen erom. Ik raak er langzaam aan gewend, het heeft wel iets.
20, 21 en 22 november
Over bovenstaande data kan ik kort zijn. Ziek, zieker, doodziek. Complete leegloop!
Helaas loop ik, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, handenwasserij e.d. toch een voedselvergiftiging op en niet zo’n beetje ook. Infusen met vocht en antibiotica moeten me weer snel op de been helpen.
Een bloedtest wijst uit dat ik gelukkig geen tyfus heb, dat is alweer mazzel!
23 november
Het heeft lang genoeg geduurd, tanden op elkaar en gaan maar weer. Ik heb tenslotte nog maar 3 volle dagen hier, die wil ik niet liggend doorbrengen.
Vandaag gaan we op bezoek in een kleine sloppenwijk. Ook daar verleent de Stichting hulp. Er zijn bijv. waterputten geslagen. Ik zie vele armzalige ‘woningen’, soms alleen van zeil, soms met wat hout of bladeren. Er komt een prachtig meisje van een jaar of 6/7 naar buiten. Ze geeft me haar mooiste glimlach. Haar moeder is aan het werk. Zij past op haar jongere zusje en babybroertje die ‘binnen’ op een stuk plastic ligt met een flesje naast zich. Het is schamel, het kan in onze beleving niet en toch zien de mensen er zo vrolijk en gekleurd uit. Het is heel dubbel. En die gebitten, de een nog mooier en witter dan de ander, hoe doen ze dat?
Alle (soms zeer jonge) moeders duwen hun baby’s in mijn armen. En natuurlijk willen ze allemaal op de foto. Fotogeniek zijn ze zeker. Ik heb zoveel indrukken dat mijn hoofd ervan tolt. Wat een andere wereld.
24 november
We rijden mee met de kinderen in de schoolbus. Prachtig vinden ze dat. 1e halte is ‘Daddys home’. Hier woont mijn sponsordochter Ramya. Die komt hard aanhollen als ze me ziet.
We moeten bij alle groepen even in de klas kijken. En maar weer met zijn allen op de foto.
Er is hier zelfs een klas met computers, ik krijg even les. Ik leg uit dat ik bij een computerfirma werk. HP hebben ze nog nooit van gehoord, maar ‘onze’ merknaam prijkt wel op diverse reclameborden in het dichtstbijzijnde grotere dorp.
Volgende halte is de gemeentelijke Telegu school waar we ook weer een aantal klassen bezoeken.
Sommige klassen zijn zo vol dat de leerlingen op de grond moeten zitten, 80 leerlingen is geen uitzondering.
Weer lunchen in het luxe hotel, nu met ‘dr. Radjesh’ de 13 jarige jongen die assisteert in de medicijnkamer.
Hij heeft nog nooit een lift gezien, dus daar gaan we in, het is zo’n ultramoderne glazen lift. Doodeng vindt hij het. Ook Radjesh geniet van al dat eten en eet zijn buik tonnetje rond, er kan geen korrel rijst meer bij.
Na de lunch bezoeken we een andere sloppenwijk, Bramarhamapuram in Vijayawada aan de Krishna rivier. Eigenlijk een prachtige plek ware het niet dat er zoveel duizenden mensen moeten leven onder erbarmelijke omstandigheden. Hier heeft de Stichting voor een schooltje gezorgd dat in de regentijd een schuilplaats is voor de bewoners van de sloppenwijk ook zorgt de Stichting voor dagelijks melk en biscuits voor de kinderen die zonder ontbijt naar school komen en pas ‘s avonds wat te eten krijgen als de ouders wat geld hebben verdiend met het verzamelen en verkopen van afval. We leveren voor een maand biscuits af.
Hoe moeilijk het ook is, iets geven aan de mensen in deze wijk kan niet, want dan staan er in luttele seconden drommen mensen om je heen.
Ik zie een pasgetrouwd stel met een pasgeboren baby. De moeder is zelf nog een kind (de meeste meisjes worden hier nog jong uitgehuwelijkt). Het echtpaar bezit het zeil waar ze op zitten, de kleding die ze aan hebben, een zeil over een stok waaronder zij slapen en 2 plastic zakken met rotzooi. Tel uit je winst.
En zo zie ik honderden echtparen, oude van dagen, kinderen. En toch, ze lachen, dansen, spelen en dat gecombineerd met alle felgekleurde kleding maakt het iets minder treurig.
Bij terugkomst is Uday teruggekomen uit het ziekenhuis. Er is niet veel veranderd. Hij ligt er afwezig bij.
Misschien heeft hij medicijnen gehad om rustig te blijven, hij reageert nauwelijks. De medicijnen krijgen we er met veel moeite in. Uit de onderzoeken is niks nieuws gekomen. Men weet het niet, ook niet wat de toekomst zal brengen. Herstel, stabilisatie of de dood? Wat vind ik het moeilijk om ‘mijn vriend’ morgen zo achter te laten.
’s Avonds is het alweer tijd voor een klein afscheidsfeestje. Margreet, Peter, ik en mijn andere zus vertrekken morgen allemaal naar NL. We trakteren de kinderen op chocola.
We krijgen afscheidsdansjes, toespraakjes, gedichtjes, kerstkaarten. Ik moet beloven om snel weer terug te komen. Of het snel zal zijn weet ik niet, maar dat ik terug wil komen is zeker.
Margreet en Peter komen half januari ’11 alweer terug.
De avond is indrukwekkend en ontroerend. Ik pink zo af en toe een traantje weg.
25 november
De laatste ochtend in Tulip Garden. Met een brok in mijn keel zwaai ik voor de laatste keer de kinderen uit die naar school gaan. En dan het afscheid van Uday en Prasanne. Zie ik ze ooit terug in levende lijve?
Om 12.30 uur reizen we af naar het vliegveld. Mijn koffer gaat bijna leeg mee terug, maar mijn hoofd zit vol met mooie, lieve, ontroerende en heftige herinneringen die ik tot in lengte van dagen op kan roepen.
Op Schiphol wacht ons winter, vorst en sneeuw. Wat een andere wereld….
PS
Helaas is Uday Kumar op 8 december jl. op 13 jarige leeftijd overleden.
Annet Senft
